|
|
|
|
|
| |
Bekkenverwringing Een fenomeen dat vaak miskend wordt en bovendien nogal eens aanleiding tot misverstanden geeft is de ‘bekkenverwringing’. Bij een bekkenverwringing staat de ene bekkenhelft ten opzichte van de andere bekkenhelft naar achter gedraaid. Van onderstaand bekkenpreparaat zou je kunnen zeggen dat het verwrongen staat. De rechterkant staat naar voor gekanteld, terwijl links achterover wil. Bij het onderzoek vind je dat aan de voorzijde de linkerkant hoger staat, maar aan de achterzijde staat links juist lager. Aan de zijkant valt het verschil wel mee. Soms leidt dat tot het volgende misverstand: ‘Hoe kan dat nu dokter? Mijn therapeut zei dat mijn linkerbeen waarschijnlijk iets te kort is, maar de podotherapeut zei dat het juist andersom was, terwijl de orthopeed beweert dat ik die hakverhoging maar beter weg kon laten, want dat hij géén verschil zag.’ Dit kan wanneer de fysiotherapeut het bekken van de achterzijde beoordeelt, terwijl de podotherapeut aan voorkant en de orthopeed van opzij kijkt. Hoe een dergelijke bekkenverwringing ontstaat, is niet altijd duidelijk. Een mogelijkheid is dat de iliopsoas aan de linkerzijde té hard trekt, waarbij het bekken aan de linkerkant de neiging heeft om achterover te kantelen. Ook denkt men dat wanneer de bovenste halswervel, de atlas, gedraaid staat, het bekken de neiging heeft om tegengesteld te draaien, waardoor de ‘bekkenverwringing’ ontstaat. Behandeling van de atlas zou daarbij tot herstel van de bekkenverwringing leiden. Bij onderzoek is de bekkenverwringing het best vast te stellen aan de hand van het zogenaamde ‘variabel beenlengteverschil’. Dit betekent dat de beenlengte in liggende en zittende houding verschillend is. Lijkt in liggende houding de lengte van het linkerbeen 1 cm korter dan rechts, in zittende houding blijkt hij plotseling 1 cm langer te zijn! Dit is typisch voor de bekkenverwringing. Bekkenverwringing heeft dus alles te maken met asymmetrische spierspanning, wat snel kan leiden tot blokkeringen in rug en nek en dus tot hoofdpijn en rugklachten . Binnen het Dorsano onderzoek wordt allereerst een MM scan gemaakt. Hieruit kunnen we direct zien of deze bekkenverwringing invloed heeft op de stand van de rug ( Is er een scoliose ?). Ook meten wij de kracht van de romp spieren met de Back-check . De resultaten van dit onderzoek laten zien of de spieren voldoende kracht hebben en de onderlinge krachtsverhoudingen tussen de spieren in balans zijn. |
|
|
|